zienswijze

Stichting Leefbaarheid Tulll en ’t Waal

p/a Strijpweg 11

3999 NW Tull en ‘t Waal

Gemeenteraad van Houten

Postbus 30

3990 DA Houten

 

Betreft: 1. Bezwaar/protest tegen de datum van terinzagelegging van ontwerpbestemmingsplan Eiland van Schalkwijk althans de datum waarvoor hierover zienswijze naar voren kunnen worden gebracht.

2. Verzoek tot verlenging van de termijn waarbinnen zienswijzen over het ontwerpbestemmingsplan Eiland van Schalkwijk naar voren kunnen worden gebracht.

3. Zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan Eiland van Schalkwijk.

 

Tull en ’t Waal, 8 augustus 2014

Geachte leden van de Raad,

De Stichting Leefbaarheid Tull en ’t Waal vraagt uw aandacht voor het volgende.

 

STICHTING LEEFBAARHEID TULL EN ‘T WAAL

1. Stichting Leefbaarheid Tull en ’t Waal (hierna: de stichting) is opgericht op 4 juli 2013 en ingeschreven in het Handelsregister onder KvK-nummer 58328807.

 

2. De stichting heeft tot doel: het bevorderen, bewaken en in standhouden van de leefbaarheid van Tull en ‘t Waal ten behoeve van de inwoners van Tull en ’t Waal; het bevorderen, bewaken en in standhouden van de flora en fauna van Tull en ’t Waal, zowel die zich bevindt in de dorpskern als in de bij het dorp behorende openbare terreinen; en het bevorderen, bewaken en in standhouden van het authentieke karakter van het dorp Tull en ’t Waal.

 

3. Al vanaf ruim voordat de Gemeente Houten (hierna: de gemeente) de structuurvisie Eiland van Schalkwijk heeft opgesteld staat de leefbaarheid van het dorp Tull en ‘t Waal, en het authentieke karakter van het dorp en de daarbij horende terreinen negatief onder druk. Het dorp wordt overmatig belast door recreatief verkeer, recreanten op het recreatiegebied ’t Waal –met name door het Riverdance Festival dat daar al meermaals is gehouden- en forensen die dagelijks Tull en ’t Waal doorkruisen. Veel inwoners van Tull en ’t Waal (hierna ook: dorpsbewoners) maken zich zorgen over de leefbaarheid van hun dorp en over de teloorgang van het authentieke karakter van hun dorp en de daarbij horende terreinen.

 

4. Bij de oprichtingsvergadering van de stichting waren veel dorpsbewoners aanwezig. Ongeveer de helft van de gezinnen die in Tull en ’t Waal wonen is betrokken sympathisant van de stichting.

 

5. Het bestuur van de stichting bestaat uit vijf dorpsbewoners en vergadert tenminste twaalf keer per jaar.

 

6. De stichting organiseert voor de dorpsbewoners twee maal per jaar een ‘reguliere’ fysieke bijeenkomst en één maal per jaar een fysieke themabijeenkomst. De dorpsbewoners worden door de stichting per e-mail op de hoogte gehouden over hetgeen tijdens de bijeenkomsten wordt besproken. Op deze wijze blijft de stichting goed geïnformeerd over hetgeen leeft onder de dorpsbewoners en blijven de dorpsbewoners goed geïnformeerd over hetgeen door de stichting wordt gedaan en door haar sympathisanten wordt ingebracht.

 

VOORONTWERPBESTEMMINGSPLAN EILAND VAN SCHALKWIJK

 

7. Naar aanleiding van het voorontwerpbestemmingsplan d.d. 17 mei 2013 heeft de stichting contact gehad met de gemeente, wethouder H. Geerdes, en met beleidsmedewerkers van het Recreatieschap de Stichtse Groenlanden (hierna: het schap). Tijdens deze gesprekken kreeg de stichting de positieve indruk, zeker van de gemeente, dat de argumenten van de stichting tegen het voorontwerpbestemmingsplan serieus zouden worden genomen en in de verdere uitwerking van het toekomstige bestemmingsplan zouden worden meegenomen en meegewogen en dat het uiteindelijke bestemmingsplan zo zou worden ingericht dat dit recht zou doen aan deze argumenten.

 

8. Bij de argumenten van de stichting stond –en staat- voorop dat de dagrecreatieterreinen bij Tull en ’t Waal niet worden getransformeerd in een (of meer) evenemententerrein(en). Dit is uitgebreid naar voren gebracht. In weerwil van al deze argumenten lijkt in het huidige ontwerpbestemmingsplan Eiland van Schalkwijk (hierna ook: het ontwerpplan) het gebruik van de dagrecreatieterreinen in Tull en ‘t Waal voor grote evenementen juist geïntensiveerd in kwantiteit en kwaliteit, doordat daar meer en grotere evenementen zouden mogen worden georganiseerd die veel -heel veel- geluidsoverlast voor de omwonenden, de dorpsbewoners, mogen veroorzaken. De gemeente stelt dat dit zou bijdragen aan een vitale landelijke omgeving, zie de nota vooroverleg en inspraak, onder 2.38 reactie. Dit is gemotiveerd betwist. Vervolgens laat de gemeente het in het ontwerpplan na uitleg te geven hoe de ontwikkelingsplannen van het Eiland van Schalijkwijk zouden bijdragen aan een vitale landelijke omgeving.

 

 

9. De gemeente heeft het in haar ontwerpplan nagelaten aan te geven waarom de argumenten van de stichting niet zijn meegenomen en meegewogen. De gemeente ‘plant’ in het ontwerpplan zelfs lijnrecht tegen de argumenten van de stichting in, de gemeente wil expliciet toestaan dat de leefbaarheid van Tull en ’t Waal wordt aangetast, zonder dat zij hiervoor een rechtvaardiging geeft of de dorpsbewoners tegemoetkomt met een compensatieregeling.

 

10. Gegeven het vorenstaande heeft de gemeente in strijd gehandeld met het bepaalde in artt. 3:2 en 3:4 lid 1 en lid 2 Awb. Dit dient de gemeente te repareren in het verdere traject om te komen tot een nieuw bestemmingsplan.

 

 

BEZWAAR / PROTEST TEGEN DE DATUM VAN TERIZAGELEGGING VAN HET ONTWERPBESTEMMINGSPLAN EILAND VAN SCHALKWIJK ALTHANS DE DATUM WAARVOOR HIEROVER ZIENSWIJZEN NAAR VOREN KUNNEN WORDEN GEBRACHT

 

11. In 2014 zijn de zomervakanties in het onderwijs in Midden Nederland van 19 juli tot en met 31 augustus 2014. De gemeente en haar inwoners, dus ook de dorpsbewoners, wonen in Midden Nederland. Het is een feit van algemene bekendheid dat veel mensen in de zomervakantie van het onderwijs op vakantie zijn. Mensen die op vakantie zijn, zijn veelal niet gespitst op datgene wat hen thuis aangaat, zoals de door de gemeente beoogde wijziging van het vigerende bestemmingplan. Zeker niet omdat de eerste stappen van de gemeente daartoe al in 2011 zijn gezet, middels het opstellen van de structuurvisie Eiland van Schalkwijk. Het hele proces om te komen tot een nieuw bestemmingsplan neemt dus al jaren in beslag.

 

12. Tot de verbazing van de stichting heeft de gemeente het ontwerpplan met ingang van 3 juli 2014 ter inzage gelegd en kunnen zienswijze hierover tot 15 augustus 2014 worden ingediend. Door deze periode gelijk te laten vallen met de zomervakantie in het onderwijs ontneemt de gemeente materieel de mogelijkheid van veel betrokkenen, waaronder de dorpsbweoners, die bezwaren hebben tegen het voorliggende ontwerpplan om deze bezwaren in een zienswijze naar voren te brengen. De gemeente handelt aldus in strijd met de belangen van de dorpsbewoners en in strijd met het beginsel dat de gemeente haar besluiten en beleid zorgvuldig moet voorbereiden, waarbij zij de belangen van de betrokkenen moet afwegen.

 

13. Met de terinzagelegging op 3 juli 2014 en de mogelijkheid die daarbij wordt gegund zienswijzen naar voren te brengen tot 15 augustus 2014 is onbehoorlijk en materieel onzorgvuldig. De gemeente handelt aldus in strijd met het bepaalde in artt. 3:2 en 3:4 lid 1 Awb.

VERZOEK TOT VERLENGING VAN DE TERMIJN WAARBINNEN ZIENSWIJZEN OVER HET ONTWERPPLAN NAAR VOREN KUNNEN WORDEN GEBRACHT

 

14. Met inachtneming van het vorenstaande onder ‘Bezwaar/protest tegen de datum van terinzagelegging van ontwerpbestemmingsplan Eiland van Schalkwijk althans de datum waarvoor hierover zienswijze naar voren kunnen worden gebracht’ verzoekt de stichting, ten behoeve van de inwoners van Tull en ’t Waal om de termijn waarbinnen de zienswijzen over het ontwerpplan naar voren kunnen worden gebracht te verlengen met enkele weken, zodat de dorpsbewoners ook materieel in de gelegenheid worden gesteld om zelf inspraak te hebben op de beleidsplannen van de gemeente die betrekking hebben op de leefbaarheid van hun dorp en deze naar de overtuiging van de stichting ernstig aantasten.

 

15. Als de gemeente dit verzoek honoreert dient zij haar beslissing tot verlenging van deze termijn duidelijk kenbaar te maken aan de dorpsbewoners. Aldus bewerkstelligt de gemeente dat haar voornoemde onbehoorlijke en onzorgvuldige handelen wordt gerepareerd.

 

ZIENSWIJZE OVER HET ONTWERPBESTEMMINGSPLAN EILAND VAN SCHALKWIJK

 

Inleiding

16. De stichting brengt naar aanleiding van het ontwerpplan de onderstaande zienswijze naar voren. De stichting gaat er van uit dat de gemeente deze goed tot zicht neemt en de feiten en belangen die hierbij naar voren worden gebracht deugdelijk afweegt. Voor zover de gemeente zou beslissen niet in lijn met de zienswijze van de stichting te beslissen, wordt de gemeente reeds nu voor alsdan verzocht te beargumenteren waarom zij dit niet doet en haar argumenten te schragen met bewijs.

 

Algemene punten

 

leefbaarheidsagenda

17. Het nieuw op te stellen bestemmingsplan Eiland van Schalkwijk behoort een uitwerking te zijn van onder andere de gemeentelijke structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013-2028 (hierna: PRS 2013-2028). De Provincie Utrecht (hierna: de provincie) wil de provincie aantrekkelijk houden om te wonen. Dit doel vraagt volgens de provincie om een ruimtelijk beleid dat gestoeld is op drie pijlers:

1 een duurzame leefomgeving;

2 vitale dorpen en steden; en

3 landelijk gebied met kwaliteit , (PRS 2013-2028, blz. 3, onder ‘waar willen we naar toe’).

 

18. Het toestaan van meer en grotere evenementen waarbij tot 120 dB(A) aan geluid mag worden geproduceerd, zoals beschreven in § 4.8 van het ontwerpplan:

wordt door de inwoners van Tull en ’t Waal als zeer negatief ervaren en leidt voor de dorpsbewoners tot een minder duurzame leefomgeving van en minder vitaliteit in hun dorp;

Tast het landelijke gebied rondom Tull en ’t Waal, waarvan de landelijke kwaliteiten worden gekoesterd door de dorpsbewoners en (natuur)liefhebbers van een stille rustige landelijke omgeving van buiten het dorp, aan;

Gaat ten koste van een duurzame leefomgeving van de bewoners in de breedste zin des woords.

 

19. In januari 2013 heeft de lokale werkgroep recreatie zich uitgelaten over hetgeen is beschreven in § 4.8 van het ontwerpplan, zie bijlage 1a bij deze brief. Dit is de leefbaarheidsagenda die is geautoriseerd door de gemeente en in de periode voorafgaand aan het voorontwerp bestemmingsplan Eiland van Schalkwijk aan de gemeente is verstrekt. Hetgeen in deze leefbaarheidsagenda staat beschreven wordt hier (in deze brief) door de stichting overgenomen.

 

20. Uit hetgeen is beschreven in de leefbaarheidsagenda komt duidelijk naar voren binnen welke kaders recreatie op de recreatieterreinen nabij Tull en ’t Waal dient plaats te vinden volgens de dorpsbewoners, de betrokkenen van de belangen het meest direct worden aangetast met hetgeen is beschreven in i§ 4.8 van het ontwerpplan.

 

21. Het ontwerpplan staat haaks op hetgeen is opgenomen in de leefbaarheidsagenda en de pijlers waarop de PRS 2013-2028 is gestoeld. De gemeente heeft niet inzichtelijk gemaakt welke belangen volgens haar zwaarder wegen dan het belang van de bewoners opgenomen in de leefbaarheidsagenda en de pijlers waarop de PRS 2013-2028 stoelt, dit behoort de gemeente wel te doen. De gemeente heeft ook geen rechtvaardiging naar voren gebracht waarom zij er voor heeft gekozen om in weerwil van de belangen van de bewoners en de door de provincie in de PRS 2013-2028 benoemde pijlers haar eigen koers te varen. Ook dit had de gemeente wel moeten doen.

 

22. Met inachtneming van het bovenstaande heeft de gemeente in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuursrecht gehandeld. De gemeente dient dit te repareren, door de belangen van de betrokkenen zorgvuldig te vergaren en af te wegen en haar beleid deugdelijk te motiveren.

 

Het vigerende bestemmingsplan, de uitwerking daarvan en een toekomstig bestemmingsplan

23. De recreatieterreinen ’t Waal West en ’t Waal Oost worden aangemerkt als dagrecreatieterreinen. Punt 1.40 van het bestemmingsplan (p. 6 van 97, Eiland van Schalkwijk ) geeft daaraan de volgende omschrijving: “recreatieve activiteit die plaats vindt tussen zonsopgang en zonsondergang”.

 

24. Zonder dat het vigerende bestemmingsplan daartoe is aangepast, zonder dat de correcte ruimtelijke ordeningsmaatregelen zijn genomen, zijn de dagrecreatieterreinen de laatste jaren geregeld verhuurd voor het houden van evenementen. Een –onvolledig- overzicht van deze evenementen is beschreven in zie bijlagen 1b en 1c. Naast deze evenementen zijn er nog menwedstrijden gehouden en heeft het Riverdance Festival een aantal keer plaatsgevonden in ’t Waal.

 

25. Met de ingebruikname van de Honswijkerplas en ten gevolge van het mooie zomerweer in maanden juni en juli 2014 hebben vele honderden extra recreanten Tull en ’t Waal aangedaan. Het recreatiepubliek dat de Honswijkerplas bezoekt bestaat, tot op heden, voornamelijk uit jonge gezinnen en jong volwassenen. Gedurende de warme Pinksterdagen waren de parkeerterreinen van de Honswijkerplas overvol van de auto’s en fietsen van de recreanten.

 

26. Op ‘t Waal Oost en ’t Waal West zoekt de wat oudere, natuur en rust minnende recreant, zijn/haar ontspanning. Dit is een plezierige situatie voor de vitaliteit en de leefbaarheid van Tull en ’t Waal, omdat het dorpse leven aldus niet wordt aangetast. Helaas voor deze recreant en voor de dorpsbewoners wordt deze rust met grote regelmaat verstoord door heen en weer jakkerende waterscooters en jetski’s. Door deze rustverstoring worden de landelijke kwaliteiten van deze recreatiegebieden danig aangetast. Tegen deze rustverstoring, die in strijd is met het vigerende bestemmingsplan, treedt de gemeente niet handhavend op.

 

27. Op de voornoemde wijze is door de gemeente inmiddels, zonder al te veel ophef en op slinkse wijze, bewerkstelligd dat de recreatieve druk op de recreatieterreinen rond Tull en ’t Waal en de overlast die deze voor de dorpsbewoners met zich brengt aanzienlijk is toegenomen. Het had de gemeente gesierd als zij het vigerende bestemmingsplan had gehandhaafd. De stichting verzoekt de gemeente:

I. aan te geven waarom in het verleden niet handhavend is opgetreden tegen het gebruik van de recreatieterreinen rondom Tull en ’t Waal in strijd met het vigerende bestemmingsplan;

II. omgaand alsnog handhavend op te treden tegen het gebruik van de recreatieterreinen rondom Tull en ’t Waal in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

III. aan te geven vanaf welke datum de gemeente handhavend zal optreden tegen het gebruik van de recreatieterreinen rondom Tull en ’t Waal in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

 

28. In het ontwerpplan lijkt de huidige –relatieve- rust plaats te moeten maken voor een groot aantal evenementen die volgens de gemeente kennelijk zouden moeten plaatsvinden in een gedeelte van de gemeente dat tot op heden nog enigszins zijn authentieke karakter heeft weten te behouden, i.e. de recreatieterreinen ’t Waal West en ’t Waal Oost. Dergelijke evenementen leiden, zo is ook ervaren bij de menwedstrijden en Riverdance Festivals, tot overlast vanwege een aanzienlijke uitbreiding van de reguliere verkeersafwikkeling, geluidsoverlast (vanwege het geluid gemaakt op de evenementen door de organisatie daarvan , vanwege op- en afbouw werkzaamheden van de evenementen en vanwege bezoekers), aantasting van de openbare veiligheid (door het bezoeken van het dorp door honderden zo niet duizenden jongeren waarvan een groot deel onder invloed is van drank en drugs) en de leefbaarheid in algemene zin voor het gebied.

 

29. Het ontwerpplan en de te verwachten feitelijke uitvoering daarvan, zijn in strijd met de punten die naar voren zijn gebracht in de door de gemeente geautoriseerde leefbaarheidsagenda en de pijlers van de PRS 2013-2028. Het ontwerpplan moet worden aangepast zodat een definitief vast te stellen bestemmingsplan niet in strijd is met de leefbaarheidsagenda en de pijlers van de PRS 2013-2028.

 

30. Voor zover er vanwege een eventueel nieuw bestemmingsplan overlast zou kunnen ontstaan voor de dorpsbewoners moeten de dorpsbewoners hiervoor deugdelijke worden gecompenseerd en moet de gemeente een compensatieregeling vaststellen die in werking moet treden uiterlijk op de datum waarop het nieuwe bestemmingsplan in werking treedt.

 

Verkeer

 

Niet recreatief verkeer

31. De huidige verkeersbelasting op de Lekdijk in Tull en ’t Waal is reden tot grote zorg voor de dorpsbewoners. Trucks met opleggers tot een lengte van 18 meter, komend vanuit een tegenovergestelde richting, ruïneren bij het passeren van elkaar het talud van de dijk. De breedte van elkaar passerende vrachtauto’s overstijgt ruimschoots de breedte van de weg.

 

32. De Lekdijk wordt intensief door forensen gebruikt, ook als sluiproute. Daarbij houden heel veel forensen zich niet aan de snelheidsbeperking die gelden op de Lekdijk. Auto’s en motorrijders rijden veelvuldig met snelheden tot ver boven de 100 kilometer per uur (motorrijders tot boven de 140 kilometer per uur!) over de Lekdijk. Zij gebruiken de Lekdijk als racebaan.

 

33. De versmallingen die zijn aangebracht op de weg, met aan beide zijden een fietsgedeelte, bracht enige verlichting. Het ‘opduwen’ door gehaaste weggebruikers van minder gehaaste weggebruikers is hierdoor beperkt. Deze wegversmallingen zijn evenwel geen afdoende maatregel gebleken. Er wordt nog steeds veel te hard gereden door auto’s en motorrijders op de Lekdijk. Wandelaars en fietsers op de Lekdijk ervaren hierdoor serieuze hinder, hun verkeersveiligheid is hierbij in het geding.

 

Recreatief verkeer

34. Voor recreatief verkeer geldt hetzelfde als hetgeen is beschreven voor niet recreatief verkeer, waarbij wordt aangetekend dat de Lekdijk ook intensief gebruik wordt door groepen wielrenners. Ook deze wielrenners gebruiken de Lekdijk als racebaan. De (groepen) wielrenners houden geen rekening met de veiligheid van langzamere weggebruikers, zoals wandelaars en ‘normale’ fietsers, en zorgen daarmee voor deze langzamere weggebruikers voor gevaarlijke situaties.

 

35. Na de opening van de Honswijkerplas was de toename van verkeer de afgelopen weken (de zomerse periode in juni tot en met augustus 2014) aanzienlijk. Veel normale fietsers vanuit de richting Nieuwegein en Schalkwijk fietsten onbekommerd over de dijk naar deze recreatieplas. Deze fietsers zullen in de toekomst zeker –letterlijk- in botsing komen met de voornoemde racende automobilisten, motorijders en racefietsers. Het is slechts afwachten totdat het eerste slachtoffer valt.

 

36. Ook de in het verleden georganiseerde evenementen op het recreatieterrein zorgden reeds voor een aanzienlijke verkeerstoename en voor levensgevaarlijke situaties. Dit op eenzelfde manier als na de opening van de Honswijkerplas. Daarbij werd al grote overlast veroorzaakt bij de op- en afbouw van onder andere de Riverdance Festivals en de happenings van de Stichting Vrije Recreatie. Deze evenementen trokken bovendien honderden/duizenden bezoekers. Die zijn allemaal over de dijk naar de evenementenlocaties gekomen. Dit heeft voor de bewoners die aan de Lekdijk wonen veel overlast veroorzaakt.

 

37. Bovendien wordt met dit extra verkeer potentieel levensbedreigende situaties gecreëerd, omdat de dorpsbewoners of ten minste de dorpsbewoners die wonen aan de Lekdijk op dagen waarop de Honswijkerplas goed bezocht wordt, tijdens de op- en afbouw van evenementen en gedurende de evenementen zelf, voor hulpdienstverleners feitelijk onbereikbaar zijn. Als een van hen op zo’n moment in zijn/haar eigen woning een hartstilstand krijgt, dan is hij/zij daar zeer slecht bereikbaar voor hulpverleners door dit verkeer.

 

38. De toename van het verkeer op de Lekdijk zoals die te verwachten is onder hetgeen is beschreven in het ontwerpplan is onverantwoord. De gemeente dient in een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan aan te geven hoe zij de toename van het verkeer op de Lekdijk vanwege de aanpassingen in een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan veilig van de weg gebruik wil laten maken. Veilig voor de verkeersdeelnemers zelf en veilig voor de omwonenden van de Lekdijk.

 

Voortgang

 

39. De gemeente heeft, bij monde van wethouder Geerdes, aangegeven dat een nader uit te werken en voeren verkeersonderzoek uitsluitsel moet geven over de problemen die ontstaan na goedkeuring van het ontwerpplan. Dit is de omgekeerde wereld. Er moet een verkeersonderzoek komen naar én de problemen die al bestaan én die zullen ontstaan als het ontwerpplan onaangepast in werking zou treden. Dit onderzoek moet eerst worden uitgevoerd vóórdat het ontwerpplan gedefinieerd zal worden en in werking zal treden.

 

40. Het schap, onder voorzitterschap van wethouder Geerdes (!), geeft in de verslaglegging van haar vergadering van het algemeen bestuur d.d. 11 juni 2014 aan dat dit verkeersonderzoek al zou zijn uitgevoerd, zie bijlage 2a. De stichting betwist dat dit gedaan is. Voor zover er al een onderzoek zou zijn gedaan (quod non) is dit niet deugdelijk geweest en is dit niet gepubliceerd. In ieder geval heeft de uitkomst van dit onderzoek niet te gelden als een onderbouwing op grond waarvan het ontwerpplan in haar huidige versie in werking zou mogen treden. Daarvoor dient een degelijk onderzoek immers te zijn verricht door de opstellen van het uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan, de gemeente.

 

41. Het laatste officiële verkeersonderzoek naar de verkeersdrukte op de Lekdijk is verricht in een herfstvakantie met slecht weer. Dat onderzoek brengt niet de verkeersoverlast die bovenstaand wordt beschreven in kaart. Een serieus te nemen verkeersonderzoek dient en te worden gedaan en op een warme zonnige dag in een vakantieperiode en op een op- en afbouwdag van de evenementen die nu al, onder het huidige bestemmingsplan, worden georganiseerd en op een dag waarop deze evenementen plaatsvinden en op een doordeweekse dag die niet in een schoolvakantie valt. Het vigerende bestemmingsplan moet niet worden aangepast dan nadat een dergelijk onderzoek is afgerond en daarmee is aangetoond dat de plannen in het ontwerpplan niet zullen leiden tot een onaanvaardbare verkeersdruk voor de dorpsbewoners.

 

Natuur

 

42. In het ontwerpplan wordt minzaam gesproken over een paar vogels die op de recreatiegebieden verblijven en daar bovendien niet het hele jaar broeden. Vogels broeden inderdaad niet het hele jaar, op dat punt is het ontwerpplan juist.

 

43. De voorgestelde uitbreiding/opschaling van het aantal evenementen op de recreatieterreinen langs de Lek in Tull en ‘t Waal zal ernstige verstorende effecten hebben op de bestaande vogelrijkdom in deze recreatiegebieden.

 

44. De gehele Lekoever behoort tot de Ecologische Hoofd Structuur (zie ook bijlage 3a), de Lekoevers vormen over een grote lengte een ‘groene corridor’. Op de recreatieterreinen ’t Waal Oost en ’t Waal West broeden beschermde vogels als de steenuil en de groene specht. Beide vogelsoorten staan op de door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit opgestelde ‘Rode Lijst 2004’ en staan daar vermeld als kwetsbare soorten. In de nabijheid van de Honswijkerplas foerageren met grote regelmaat vogels zoals de lepelaar en de kleine zilverreiger. Deze laatste staat op de Rode Lijst 2004 vermeld als gevoelige soort. Bij de Honswijkerplas zochten zelfs twee zeearenden naar voedsel (vermeld op waarneming.nl).

 

45. In de rietkragen van ’t Waal West en ’t Waal Oost broeden en verblijven diverse rietvogels. Een groot aantal vogels die hun broed- en leefgebied in de oude recreatieboomgaard hebben, waaieren uit over de recreatieterreinen op zoek naar voedsel. Inmiddels is een tijdelijke oeverzwaluwwand gecreëerd bij de Honswijkerplas. Deze inspanningen om oeverzwaluwen te trekken zal tevergeefs blijken, wanneer deze vogels worden verjaagd doordat het wordt toegestaan in de nabijheid van deze wand evenementen te organiseren die tot 120 dB(A) geluid mogen produceren.

 

46. Voorafgaand aan het ontwerpplan is er niet of althans onvoldoende geïnventariseerd welke vogels er broeden en verblijven in de recreatiegebieden rond Tull en ’t Waal en wat de gevolgen voor de aanwezige kwetsbare soorten zijn als deze, al dan niet broedend, worden verstoord door het organiseren van evenementen in deze gebieden. In het uiteindelijke vast te stellen bestemmingsplan dient hiermee wél rekening te worden gehouden.

 

47. Naast de te verwachten verstoring van de natuur door geluid en bezoekers vanwege het mogelijk maken van grote evenementen op de recreatieterreinen, wordt de natuur ook verstoord door het intensieve maaibeleid dat de gemeente uitvoert. Ook dit staat haaks op het beleid dat volgens de plannen van de Ecologische Hoofd Structuur uitgevoerd zou moeten worden. Door het intensieve maaien van de recreatieterreinen is hiervan onder andere de patrijs al verdwenen. Het definitieve bestemmingsplan moet er in voorzien dat de grasgedeelten van de recreatiegebieden extensief worden beheerd. Dit zou bijvoorbeeld gedaan kunnen worden door begrazing van zoogdieren.

 

48. Hetgeen is beschreven in § 5.3 van het ontwerpplan staat haaks op de plannen beschreven in § 4.8 van het ontwerpplan. De stichting is van mening dat hetgeen staat beschreven in § 5.3 voorrang dient te krijgen boven de plannen beschreven in § 4.8. Voor zover de plannen beschreven in § 4.8 doorgang zouden vinden, dient de gemeente te beargumenteren hoe dit valt te rijmen met hetgeen is beschreven in § 5.3 en waarom deze keuze in het bestemmingsplan is gemaakt.

 

Recreatie

 

Stiltegebied

49. Ruim voordat sprake was van een verdere opschaling van de recreatieve voorzieningen was er in Tull en ’t Waal of althans de nabijheid van het dorp, al een stiltegebied. Langs de Lekdijk ter hoogte van de A27 stond tot voor kort een bord met daarop ‘stiltegebied’. Onder dat bord werd uitgelegd wat een stiltegebied is: “Dit stiltegebied is een van de weinige gebieden in de Provincie Utrecht waar u de ‘stilte’ nog kunt ervaren. Dat moet zo blijven. Regelgeving hierover is opgenomen in de ‘Provinciale Milieuverordening Utrecht’. (…) Respecteer de stilte. Maak daarom geen lawaai dat de natuurlijke geluiden verstoord. (…)” Een foto van deze borden wordt bijgaand overgelegd (zie bijlage 3b).

 

50. Op een van de bijeenkomsten met de gemeente en het schap die is voorafgegaan aan het ontwerpplan is de gemeente gewezen op dit stiltegebied. De bewoners hebben aangegeven dat zij er de voorkeur aan geven dat het stiltegebied wordt uitgebreid, zodat daar meer mensen kunnen recreëren, boven het uitbreiden van het aantal jaarlijks op het ’t Waal Oost te organiseren activiteiten. Daarbij is aangegeven dat de in het voorontwerpplan opgenomen uitbreiding van het aantal evenementen dat een maximale geluidsversterking tot 120 dB mag maken onmogelijk kan samengaan met de voorschriften die gelden voor een stiltegebied.

 

51. Na deze beraadslaging met de gemeente en het schap is het bord ‘stiltegebied’ plots verdwenen. Dit bevreemd de bewoners. Als het de gemeente of het schap is geweest die dit bord zonder aankondiging zou hebben weggehaald, dan is dat een kwalijke zaak die afbreuk doet aan de integriteit van de aldus handelende organisatie. De stichting verzoekt de gemeente:

I. Te erkennen dat zij niet heeft bewerkstelligd dat het bord ‘stiltegebied’ is weggehaald;

II. Ter erkennen dat het weghalen van het bord ‘stiltegebied’ geen afbreuk doet aan de planologische indeling van het betreffende gebied en dat dit dus nog steeds kwalificeert als een stiltegebied;

III. Er voor te zorgdragen dat op de kortst mogelijke termijn eenzelfde bord ‘stiltegebied’ en een bord met de uitleg daarvan wordt geplaatst op de locatie waar dit heeft gestaan.

 

52. Op verzoek van de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer heeft de Gezondheidsraad in juli 2006 het rapport ‘Stille gebieden en gezondheid’ (hierna: het rapport), Den Haag: Gezondheidsraad, 2006 gepubliceerd. In deze publicatie wordt een lans gebroken om meer stille gebieden in Nederland te realiseren.

 

53. De Gezondheidsraad erkent dat: Lawaai tot negatieve gezondheidseffecten leidt, zie § 3.1 van het rapport; en het ontbreken van lawaai tot positieve gezondheidseffecten leidt, zie § 3.2 van het rapport. Het rapport houdt feiten, conclusies en aanbevelingen die bij de afweging om te komen tot een bestemmingsplan Eiland van Schalkwijk van belang zijn. Voor zover dit bestemmingsplan niet in lijn is met de conclusies en aanbevelingen in dit rapport, moet de gemeente gemotiveerd aangeven waarom zij hiervan afwijkt.

 

54. Ten aanzien van het rapport wijst de stichting specifiek op de volgende passages.

 

I. “Omgevingslawaai in de directe woonomgeving is een groeiend probleem. Veel mensen worden blootgesteld aan hoge niveaus van geluid van weg- en vliegverkeer. Op termijn kunnen die bijdragen aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. Daarnaast treedt slaapverstoring op en zijn er aanwijzingen voor een ongunstige invloed op de leerprestatie van kinderen.” Zie § 3.3, eerste alinea van het rapport.

 

II. “Verblijf in een stil gebied kan vermoedelijk op twee manieren een gunstige invloed hebben op de gezondheid:

 

1. Verblijf in een gebied zonder lawaai draagt bij aan compensatie of herstel van negatieve gezondheidseffecten van lawaai.

2. Afwezigheid van lawaai versterkt de positieve gezondheidseffecten van verblijf in een groene omgeving.” Zie § 6.1, p. 80, tweede alinea van het rapport.

 

III. “De commissie [van de Gezondheidsraad] pleit voor meer aandacht voor het belang van (kleine) stille gebieden in de directe woonomgeving waardoor voor veel meer mensen mogelijkheden ontstaan om momenten van stilte en rust in hun dagelijkse leven in te bedden.” Zie § 6.2, p. 82 van het rapport.

 

De stichting onderschrijft specifiek ook deze vaststellingen, conclusies en aanbevelingen.

 

55. Uit voornoemde publicatie volgt dat dergelijke gebieden voor de bezoekers daarvan een gunstige invloed kunnen hebben op de gezondheid. Bovendien hebben de bewoners expliciet gevraagd om een uitbreiding van het stiltegebied in en rond Tull en ‘t Waal. De stichting verzoekt de gemeente alsnog om het stiltegebied bij Tull en ’t Waal uit te breiden. Voor zover de gemeente hierin niet wil meegaan verzoekt de stichting de gemeente aan te geven waarom niet wordt geopteerd om meer of althans een groter stiltegebied(en) te realiseren. De gemeente dient haar beslissingen daaromtrent te motiveren, ex art. 3:2 Awb.

 

dagrecreatie

56. Inmiddels zijn drie terreinen opengesteld voor dagrecreatie, te weten ’t Waal West, ’t Waal Oost en de Honswijkerplas. Daarnaast zijn er zo nu en dan dagrecreatieve activiteiten in de hoogstamboomgaard, die onder andere wordt gebruikt voor trainingen en wedstrijden van de jachthondenvereniging.

 

57. De bewoners hadden en hebben geen behoefde aan de Honswijkerplas. Het is een mooi recreatieterrein geworden dat op warme dagen met veel zon honderden recreanten trekt. De verkeersdrukte in Tull en ’t Waal is hierdoor toegenomen wat direct ten kosten gaat van de leefbaarheid van het dorp. Hetgeen hiervoor is gesteld onder ‘verkeer’ wordt hier herhaald. In het conceptplan wordt niet aangegeven waarom de dorpsbewoners de nadelige gevolgen van het toegenomen verkeer zouden moeten accepteren en hoe zij voor het hierdoor ontstane nadeel worden gecompenseerd. Dit dient de gemeente alsnog te doen.

 

58. De stichting heeft de gemeente al in de consultatiefase voorafgaand aan het vaststellen van het conceptplan kenbaar gemaakt dat de sterkte van de dijk gelegen direct naast en om de Honswijkerplas is aangetast door het uitgraven van deze plas. Er bestaat bij bewoners het idee dat zij door het uitgraven van de Honswijkerplas een hoger risico lopen dat zij slachtoffer worden van een dijkdoorbraak. Hierover staat niets in het conceptplan. De bewoners worden dienaangaande niet gerustgesteld. Hierover dient de gemeente zich nog uit te laten.

 

59. Bij de stichting bestaan geen principiële bezwaren tegen het houden van trainingen en wedstrijden voor jachthonden in de hoogstamboomgaard. Wel is het zo dat voor deze evenementen, ook in de periode dat het jachtseizoen is gesloten, regelmatig geweerschoten te horen zijn. Dat het gaat om losse flodders, kan een passant of bewoner niet weten. In het uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan moeten wel regels worden opgesteld over het gebruikmaken van geweerschoten bij deze evenementen althans moet worden aangegeven hoe met deze problematiek zal worden omgegaan.

 

Evenementen

60. De recreatieterreinen ’t Waal West en ’t Waal Oost en de Honswijkerplas hebben in het huidige bestemmingsplan de aanduiding dagrecreatie. Daarbij mogen daar onder het huidige bestemmingsplan al evenementen worden georganiseerd. In het ontwerpplan is ruimte gemaakt voor een aanzienlijke uitbreiding van het aantal te organiseren evenementen. De Stichting kan zich hier niet in vinden.

 

61. Een overzicht voor het organiseren van evenementen per jaar op ’t Waal Oost onder het huidige bestemmingsplan en onder het conceptplan is als volgt.

 

Vigerende bestemmingsplan

Conceptplan

 

15 evenementen tot max. 300 personen

Onbeperkt aantal evenementen zonder geluidsversterking tot max. 500 personen

9 evenementen tot max. 500 personen

10 evenementen tot max. 500 personen met geluidsversterking, geluidsbelasting 120 dB(A) tot max. 23.00 uur

1 evenement tot max. 5000 personen

2 evenementen tot max. 5000 personen met geluidsversterking voor in totaal maximaal 4 dagen, geluidsbelasting 120 dB(A) tot max. 2.00 uur

 

Maximaal twee evenementen met een geluidsbelasting van > 85 dB (A), met een maximum van 120 dB(A) tot 2.00 uur, ex beleidsnotitie grote evenementen

§ 4.8 conceptplan

 

 

62. Als het voor de bewoners tegenzit worden zij onder het conceptplan geconfronteerd met 10 dagen in 10 verschillende weekenden met een evenement dat 120 dB(A) produceert tot 23.00 uur, 4 dagen in 2 verschillende weekenden met een evenement dat 120 dB(A) produceert tot 2.00 uur. 12 weekeinden met versterkte muziek. 12 weekeinden waarop de inwoners moeten meeluisteren naar de zware bonkende bassen van elektronische muziek, een toonhoogte die heel ver draagt en die door het hele dorp te horen is. Op alle overige dagen van het jaar kunnen de bewoners meegenieten van zelf zingende, klappende en drum en gitaar spelende festivalgangers. Daarmee zijn de gevolgen voor de dorpsbewoners onevenredig ten opzichte van het plezier dat de gemeente de bezoekers van de festivals gunt. Dat is in strijd met hebt bepaalde in art. 3:4 lid 2 Awb.

 

63. Evenementen worden veelal gedurende de zomermaanden en in de weekenden georganiseerd. Als er een evenement wordt georganiseerd dan is het betreffende recreatieterrein verhuurd aan de organisator van het betreffende evenement. Dit heeft tot gevolg dat er dan op de locatie waar het evenement wordt georganiseerd geen ruimte is voor de reguliere dagrecreant. In beginsel kan ’t Waal Oost in het conceptplan elke dag van het jaar verhuurd worden en is er geen dag beschikbaar voor de reguliere dagrecreant om daar te recreëren. Dit is onwenselijk. In het uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan dient een maximum te worden gesteld aan het aantal op de respectieve recreatieterreinen te organiseren evenementen.

 

64. Een doorslaggevend argument voor de vergunningverlening aanleg Honswijkerplas was de volgens de gemeente regionale behoefte aan locaties voor dagrecreatie. Als ’t Waal Oost elke dag van het jaar wordt verhuurd voor een evenement, dan is de gemeente weer af bij de situatie waarbij zij zich genoodzaakt zag een vergunning te verlenen voor de Honswijkerplas. Om die reden alleen al dient er in een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan óf een maximum te worden gesteld aan het aantal dagen dat ’t Waal Oost word verhuurd óf dient de gemeente meteen een extra locatie aan te wijzen dat gebruikt kan worden voor dagrecreatie.

 

65. Bij de bespreking van het ontwerpconceptplan tussen de stichting en de gemeente heeft de gemeente aangegeven dat het conceptplan voor de bewoners een verbetering zou zijn ten opzichte van het ontwerpconceptplan. Dat is niet het geval gebleken. Het conceptplan is een aanmerkelijke verslechtering gebleken, omdat daarin een evenement tot 500 personen zonder versterking van geluid door de gemeente niet langer wordt gekwalificeerd als een evenement.

 

66. Als evenement tot 500 personen zonder versterking van geluid door de gemeente niet langer wordt gekwalificeerd als een evenement, mogen dergelijke evenementen volgens het conceptplan onbeperkt in aantal worden georganiseerd. Daarbij stelt de gemeente dat er onder het conceptplan minder evenementen mogen worden georganiseerd. Zo kan de stichting ook wel redeneren! De gemeente dient de belangen van de betrokkenen zorgvuldig af te wegen en de beestjes bij de naam te noemen. Een evenement is een evenement, ongeacht of dit wordt bezocht door minder of meer dan 500 personen en ongeacht of op het evenement gebruik mag worden gemaakt van versterkt geluid of niet. Dat heeft de gemeente in dit geval duidelijk niet gedaan. Dit is een overduidelijke schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De gemeente dient deze schending te repareren voordat zij uiteindelijk een definitief bestemmingsplan vaststelt.

 

67. In het conceptplan is het aantal mogelijk te organiseren evenementen met 500 bezoekers en geluidsversterking verhoogd en het aantal mogelijk te organiseren evenementen met 5000 bezoekers verdubbeld ten opzichte van het ontwerpconceptplan. De gemeente dient te motiveren waarom zij haar eerdere toezeggingen niet na is gekomen dat het conceptplan voor de bewoners een verbetering zou zijn ten opzichte van het ontwerpconceptplan en waarom zij een bestemmingsplan lijkt te willen opstellen dat in strijd is met de belangen en kenbaar gemaakte wensen van de dorpsbewoners.

 

68. Het aantal evenementen en de geluidsbelasting die hiervan het gevolg zijn, gekoppeld aan de in het bestemmingsplan opgenomen eindtijden daarvan zijn niet acceptabel. De ervaring leert dat alle dorpsbewoners in meer of mindere mate geluidsoverlast ervaren als geluidsniveau 120 dB (Riverdance Festivals geluidsniveau) bedraagt. Vele dorpsbewoners hebben bij vorige Riverdance edities, op de bewuste zaterdagen waarop deze werden gehouden een heenkomen elders gezocht.

 

69. Het in het conceptplan opgenomen aantal van 14 evenementen met geluidsversterking is in principe een vrijbrief voor de gemeente of het schap of de door de gemeente of het Schap eventueel te contracteren evenementenorganisator om ieder weekend in de zomer een met geluidsversterking voorzien evenement te organiseren. Dat betekent dat de bewoners 14 weekenden in de zomer niet buiten in hun tuin kunnen zitten zonder dat zij daar –thuis in hun eigen tuin- gestoord worden door het geluid dat afkomstig is van de evenementen. Dit is onacceptabel. Hun belangen worden in dit conceptplan onevenredig geschaad. Dit is in strijd met het bepaalde in art. 3:4 lid 2 Awb.

 

70. Twee in ’t Groentje van 23 juli 2014 afgedrukte opmerkingen van wethouder Geerdes zijn in dit kader opmerkelijk, zie bijlage 4a

“mede naar aanleiding van de gesprekken die wij met bewoners hebben gevoerd is het ontwerpbestemmingsplan op het gebied van evenementen juist aangescherpt. Zo willen wij o.a. een maximum stellen aan het aantal bezoekers per evenement en het aantal dagen waarop geluidsinstallaties mogen worden gebruikt. Wij denken dat de aanscherpingen in het voordeel van de bewoners zijn.”

“en wat betreft mijn opmerking over “dat het niet zo’n vaart zal lopen”, daarmee doelde ik op de verwachting dat er minder vergunningen voor grootschalige evenementen zullen worden aangevraagd dan op grond van het ontwerpbestemmingsplan zou zijn toegestaan”

 

De eerste opmerking is duidelijk in tegenspraak met datgene wat in het voorliggende ontwerpplan wordt aangegeven. Bij de tweede opmerking rijst de vraag waarom er door de wethouder ruimtelijke ordening van de gemeente zo hoog wordt ingezet in het ontwerpplan waaronder een groot aantal te organiseren evenementen wordt toegestaan, terwijl daartoe naar zijn zeggen geen noodzaakt lijkt te bestaan.

 

71. In het conceptplan, p. 16, stelt de gemeente: “ontwikkelingen met een grootschalig karakter vormen geen onderdeel van dit bestemmingsplan. Deze passen wel binnen het beleidskader voor het eiland van Schalkwijk, maar dienen in een afzonderlijk (planologisch) traject te worden gerealiseerd.” Dit is onwaar. Voor Tull en ’t Waal en haar inwoner betekent de door de gemeente voorgehouden wijziging in het conceptplan een alleszins onredelijke verandering. Het dorp dreigt te veranderen van een agrarisch dorp met recreatieve mogelijkheden in een, zeker tijdens het recreatieseizoen, permanent evenemententerrein, met zeer nadrukkelijke grote negatieve effecten voor haar bewoners. Dit kan niet, dit mag niet. De manier waarop dit nu is gepresenteerd is in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur. Een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan mag zeker geen kopie zijn van het ontwerpplan.

 

Geluidsoverlast vanwege de evenementen

 

72. “Omgevingslawaai in de directe woonomgeving is een groeiend probleem. Veel mensen worden blootgesteld aan hoge niveaus van geluid van weg- en vliegverkeer. Op termijn kunnen die bijdragen aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. Daarnaast treedt slaapverstoring op en zijn er aanwijzingen voor een ongunstige invloed op de leerprestatie van kinderen.” Zie § 3.3, eerste alinea van het rapport.

 

73. Als het voor de bewoners tegenzit worden zij onder de regels van het conceptplan geconfronteerd met 10 dagen in 10 verschillende weekenden met een evenement dat 120 dB(A) produceert tot 23.00 uur, 4 dagen in 2 verschillende weekenden met een evenement dat 120 dB(A) produceert tot 2.00 uur. 12 weekeinden met versterkte muziek. 12 weekeinden waarop de inwoners moeten meeluisteren naar de zware bonkende bassen van elektronische muziek, een toonhoogte die heel ver draagt en die door het hele dorp te horen is, waarvan 4 dagen tot 2.00 uur ‘s nachts. Op alle overige dagen van het jaar kunnen de bewoners meegenieten van zelf zingende, klappende en drum en gitaar spelende festivalgangers of van de herrie van de op- en afbouw van de grote evenementen.

 

74. Voor uw informatie: de gemiddelde inwoner van Tull en ’t Waal en zeker de agrariërs die daar wonen proberen ruim voor 2.00 uur ’s nachts in bed te slapen!

 

75. Na afloop van een evenement, vanaf 01:30 ’s nachts, kan er tot in de vroege ochtend overlast zijn door aangeschoten festivalgangers die de terreinen verlaten. Brongeluid en gevelbelasting zijn in dit verband de gebruikte termen. De vraag is echter niet wat de gevelbelasting is, maar wat de overlast is die het lawaai veroorzaakt in het dorp. Bij mooi weer, wanneer mensen buiten in hun tuin willen genieten van de rustieke rust van het platteland, is de gevelbelasting van een andere orde dan op het moment dat men dan binnen zit. Ook moet er een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen geluid in de ochtend, de middag en de avond, om over de nacht nog maar niet te spreken.

 

76. Een belasting tot 120 dB(A) is voor de dorpsbewoners niet acceptabel. Zij wonen in een dorp althans in een buiten gebied. De gemeente moet hetgeen zij bepaald heeft in haar Geluidbeleid Houten 2008-2013 (hierna: Geluidbeleid) naleven en er naar streven dat de het geluidsniveau daar tot 48 à 55 dB wordt gemaximeerd, vergelijk de tabellen op p. 33 van het Geluidbeleid.

 

77. Gezien het aantal van 14 evenementen met geluidsversterking, betekent dit dat gedurende de gehele zomer (geluids)overlast ontstaat. Eén en ander is bovendien in tegenspraak met andere doelstellingen uit het bestemmingsplan (zie o.a. stiltegebied en natuur) Daarnaast spreekt men in het bestemmingsplan ( pag .19 – 2.4.5.) over ‘behoud van een aantrekkelijk woon- en leefklimaat’. Van een aantrekkelijk leefklimaat is geen sprake als men buiten in zijn of haar tuin gestoord wordt door de herrie van een festival.

 

78. De enorme toename (opeenstapeling) van de recreatieve druk vanwege de openstelling van de zwemplas, de ingebruikname van de Linielanding, alsmede de werkzaamheden m.b.t. de aanleg van een derde sluiskolk en het promoten van het “kanovaren”, is volgens de stichting wel erg veel gevraagd van de tolerantie en het acceptatievermogen van de dorpsbewoners. Als absoluut onaanvaardbaar wordt gezien de opname van evenementen op de bestaande terreinen. Niets in het gebied rechtvaardigt een dergelijke keuze. Noch de logistieke mogelijkheden noch de aan- en afvoer van publiek noch de belasting voor de natuur noch de veiligheidssituatie noch de omliggende bebouwing noch de mogelijkheden voor toezicht en handhaving.

 

79. Daarnaast is de stichting van mening dat op de recreatieterrein geen herrie producerende evenementen moet worden georganiseerd voor festivalbezoekers van ver buiten de gemeentegrenzen ten koste van de gezondheid van de bewoners. Kennelijk verkiest de gemeente de commercie boven de gezondheid van de bewoners, de direct betrokkenen voor wie een bestemmingsplan als het onderhavige toch primair voor is bedoeld. De gemeente heeft niet beargumenteerd waarom dit rechtvaardig zou zijn. Dit moet zij alsnog doen.

 

80. Onder het beleid gevat in het conceptplan dreigt de leefbaarheid in het dorp en het buitengebied daaromheen te worden aangetast door veel –heel veel- herrie. Dit is voor de bewoners onaanvaardbaar.

 

81. Voor zover in een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan wordt vastgehouden aan het organiseren van evenementen die een versterkt geluid mogen organiseren tot 120 dB(A), wat de stichting hoopt dat niet het geval zal worden. Dan dient de omgeving van die evenementen te worden aangewezen als geluidszone, ex art. 108 lid 1 Wet geluidhinder.

 

Verzoek tot inzicht in de financiële argumenten om het organiseren van evenementen toe te staan | verhouding tussen de gemeente en het schap

 

82. Het schap heeft aangegeven dat: “Het samenspel van terreinen lang de Lekdijk bij Tull en ’t Waal vraagt om een nieuwe recreatieve invulling: de terreinen in de uiterwaarden, de boomgaard land de Lekdijk, het bos. Inzet is om de recreatieve waarde te vergroten en verbreden en dat te financieren met inkomsten uit de terreinen zelf”, zie bijlage 2a. In het conceptplan geeft de gemeente het schap de ruimte om haar inkomsten uit de exploitatie van ’t Waal Oost te vergroten door daar een groot aantal evenementen te organiseren die gebruik mogen maken van versterkt geluid. Dit gaat ten koste van de leefbaarheid, de flora en fauna en het authentieke karakter van Tulle en ‘t Waal. Hiervoor bestaat voorshands geen financiële rechtvaardiging.

 

83. De stichting en de bewoners hebben geen inzicht in de kosten die worden gemaakt ten behoeve van de recreatieterreinen rond Tull en ’t Waal. Het vermoeden is dat die beperkt zijn. Het vermoeden is ook dat de evenementen die onder het vigerende bestemmingsplan al worden georganiseerd op ’t Waal Oost deze kosten dekken. Alsdan is er geen grond om het aantal evenementen dat onder het vigerende bestemmingsplan wordt georganiseerd uit te breiden. Om de betrokken te kunnen laten beoordelen of er een financiële rechtvaardiging bestaat om een groot aantal evenementen te organiseren die gebruik mogen maken van versterkt geluid, dient de gemeente te bewerkstelligen dat het schap de stichting en de bewoners inzicht geeft:

I. in de kosten van het onderhoud van de recreatieterreinen rond Tull en ’t Waal.

II. in de inkomsten die het schap heeft door de evenementen die worden georganiseerd onder het vigerende bestemmingsplan.

III. in begroting van het schap van de inkomsten die het schap verwacht te kunnen genereren als zij gebruik zou mogen maken van de mogelijkheden die het schap worden geboden als het ontwerpplan een definitief bestemmingsplan zou zijn.

 

84. De gemeente zou voornoemde informatie eenvoudig van het schap moeten kunnen verkrijgen, omdat, zoals de stichting reeds kenbaar heeft gemaakt, een of meerdere personen zowel een functie bij het schap als een functie bij de gemeente bekleden.

 

85. De stichting verzoekt de gemeente ter zake om transparantie en dienovereenkomstig om aan te geven wie van haar bestuurders en beleidsmedewerkers ook een functie bekleden bij het schap en welke functies deze mensen binnen de respectieve organisatie bekleden.

 

86. De personen die zowel bestuurder of medewerker zijn van het schap als (mede) opsteller(s) zijn van het conceptplan zullen partijdig zijn in het voordeel van het schap en derhalve partijdig zijn in het nadeel van de bewoners en hun belangen. In ieder geval heeft de gemeente de schijn tegen zich dat het conceptplan partijdig -in het voordeel van het schap en in het nadeel van de stichting en de bewoners- is opgesteld. De gemeente dient aan te tonen dat de belangen van het schap onpartijdig zijn afgewogen tegen de belangen van de stichting en de bewoners van Tull en ’t Waal, zodat vast komt te staan dat het uiteindelijk op te stellen bestemmingsplan zorgvuldig een is voorbereid waarbij de betrokken belangen op een eerlijke manier zijn afgewogen.

 

87. Het vorenstaande vraagt de stichting bovenal vanwege twee situaties die zich al hebben voorgedaan en waardoor de onpartijdigheid van de gemeente bij het opstellen van het conceptplan ernstig in twijfel wordt getrokken.

 

I Mevrouw Fleer, beleidsmedewerkster bij het schap, heeft de stichting te kennen gegeven dat als het uiteindelijk op te stellen bestemmingsplan een beperkte mogelijkheid biedt om evenementen op de recreatieterreinen in Tull en ’t Waal te organiseren, het schap daartegen bezwaar zal maken.

 

II Wethouder Geerdes is sinds mei 2014 voorzitter van het schap (zie bijlage “t Groentje No 30 d.d. 23 juli 2014) en heeft in die functie andere zaken te dienen dan die als wethouder ruimtelijke ordening. In het geval van de mogelijkheid om evenementen te organiseren binnen de gemeente, zoals die op de recreatieterreinen in Tull en ’t Waal, zijn deze belangen tegenstrijdig. Dit heeft Geerder erkent door sommige van zijn bevoegdheden als wethouder over te dragen aan wethouder Van Liere.

 

Veiligheid

 

88. Het Eiland van Schalkwijk, vooral het gebied in de omgeving van de oevers van de Lek, is oorspronkelijk bedoeld voor agrarische activiteiten in combinatie met kleinschalige recreatie.

 

89. Als het conceptplan wordt uitgewerkt dan zal dat tot gevolg hebben dat naar het gebied een grote hoeveelheid ‘nieuwe’ bezoekers haar weg vindt. De stichting maakt zich grote zorgen over een deel van deze ‘nieuwe’ bezoekers die, aangetrokken door een groot aantal evenementen en activiteiten, het nieuw aangelegde strand en de ontsluiting via de A 27 met de Linielanding, niet geïnteresseerd zijn in de omgeving of natuur, maar meer geïnteresseerd zijn in goederen van nauwelijks te beveiligen agrarische bedrijven, particulieren of transportbedrijven. Hoe deze in de nieuwe situatie beschermd zouden moeten worden is onbeschreven in het conceptplan. Een gemis dat dient te worden rechtgezet.

 

90. Reeds op dit moment, dus onder het vigerende bestemmingsplan, zijn er, veelal in de avonduren, figuren op de recreatieterreinen die daar illegale activiteiten verrichten. Meerdere malen zijn het schap en de gemeente er op geattendeerd dat aan het einde van de avond / begin van de nacht, als het recreatieterrein officieel gesloten is voor publiek, drugs worden verhandeld. Bij dit handelen wordt het terrein vaak als crossterrein gebruikt, waarna het wordt verlaten via de dijk met snelheden van ruim boven de 100 kilometer per uur. In het nieuwe bestemmingsplan zouden maatregelen moeten worden opgenomen om dit illegale gebruik van het recreatieterrein te voorkomen. Dit dient nog te worden gedaan.

 

91. Ondanks de serieuze uitbreiding van de recreatieve mogelijkheden is er geen extra toezicht toegezegd naast de toch al erg afwezige politie-inzet. Het schap heeft aangegeven hiertoe ook in de toekomt geen mogelijkheid te hebben. Als het schap het niet doet, dan moet de gemeente het doen. De gemeente dient zich hierover uit te laten in het uiteindelijk op te stellen conceptplan.

 

Toezicht en handhaving

 

92. Er worden geregeld zaken vernield op de terreinen ’t Waal Oost en ’t Waal West, onder andere tijdens het vorenstaand beschreven handelen in drugs. Al vele jaren wordt er geen deugdelijk toezicht gehouden op en bij de recreatieterreinen rond Tull en ’t Waal, terwijl daar wel om wordt gevraagd. Het ligt voor de hand dat als er meet toezichthoudend en handhavend optreden in en bij de recreatieterreinen zou plaatsvinden dit zal leiden tot minder vernielingen. Als er minder vernield wordt op de terreinen hoeven er minder kosten te worden gemaakt om de vernielde zaken te repareren.

 

93. In het conceptplan is niet beschreven of afgewogen hoe de kosten vanwege het repareren van vernielde zaken zich verhouden tot de kosten voor toezichthoudend en handhavend optreden. Dit dient alsnog te worden gedaan.

 

94. In het conceptplan wordt extra ruimte gemaakt om evenementen te organiseren op de recreatieterreinen rond Tull en ’t Waal. Over het toezicht en de handhaving tijdens evenementen onder het vigerende bestemmingsplan zijn tussen de stichting en het schap afspraken gemaakt. Dit wordt erkend in het conceptplan. Die afspraken zijn geen onderdeel gemaakt van het conceptplan. De stichting wil dat dit alsnog wordt gedaan, zodat evenementen slechts binnen de kaders van een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan kunnen worden georganiseerd als de organisatoren daarvan zich houden aan de reeds nu over te organiseren evenementen gemaakte afspraken.

 

 

Waardedaling van de huizen én de daarbij bijhorende tuinen in Tull en ’t Waal

 

95. De stichting wijst er (nogmaals) op dat in het conceptplan de mogelijkheid wordt geboden om gedurende 14 dagen in 12 verschillende weekenden in de zomer -drie zomermaanden lang elk opvolgend weekend- én de dag- én de avond- én de nachtrust van de bewoners ernstig te laten verstoren door evenement die tot geluid 120 dB(A) mogen maken.

 

96. De dorpsbewoners wonen in Tull en ’t Waal, omdat zij daar in én om hun huizen –ook in hun eigen tuinen- willen genieten van rust in een landelijke omgeving. Dit zijn unieke factoren waarom de bewoners wonen en leven in hun dorp. Dit zijn ook de unieke factoren die de waarde van de huizen met de daarbij horende tuinen in Tull en ’t Waal bepalen. Als de waarde ‘rust’ wordt ernstig wordt aangetast, zoals is beoogd in het conceptplan, dan verliezen deze onroerende zaken daarmee deze unieke factoren en wordt de waarde van deze zaken daardoor minder. Hier wordt in het conceptplan op geen enkele manier rekening mee gehouden. Dat is onterecht.

 

97. In het conceptplan moet de zorg van de bewoners over de waardedaling van hun onroerende zaken ten gevolge van de vanwege de beoogd te organiseren evenementen te ervaren geluidsoverlast worden meegewogen. Ten onrechte wordt dit niet gedaan. Dit dient alsnog gedaan te worden.

 

98. Bovendien zou in het conceptplan de opbrengst vanwege de te organiseren evenementen moeten worden afgezet tegen de waardedaling van alle woningen in Tull en ’t Waal die deze evenementen tot gevolg hebben. Zo wordt inzichtelijk gemaakt hoe de gemeente in het conceptplan de belangen van de betrokken partijen heeft afgewogen en op welke financiële grond de bewoners het te dulden zouden moeten hebben dat hun woningen in waarde zullen dalen. Het conceptplan dient aldus te worden aangepast.

 

99. Het conceptplan zou tevens een regeling moeten inhouden tegen welke voorwaarden de bewoners van Tull en ’t Waal worden gecompenseerd voor de te verwachten waardedaling vanwege de beoogde wijziging van het bestemmingsplan. Het conceptplan dient aldus te worden aangepast.

 

VOORTGANG

 

100. Gegeven de periode waarbinnen deze zienswijze (voorshands) diende te worden opgesteld en ingediend -precies in de vakantieperiode- heeft de gemeente ook de stichting niet de reële mogelijkheid gegund om een goed doorwrochte zienswijze op te stellen. De stichting wenst de mogelijkheid te krijgen haar zienswijze aan te vullen. De stichting verzoekt de gemeente aan te geven tot welke datum het indienen van een aanvulling op de vorenstaande zienswijze mogelijk is.

 

101. Gegeven dat hetgeen is beschreven in het conceptplan tot erg ingrijpende gevolgen leidt voor de bewoners van Tull en ‘t Waal en op veel punten onvolledig is, ligt het voor de hand dat het conceptplan wordt aangepast, waarna er weer als een conceptplan ter inzage wordt gelegd door de gemeente. Het door de gemeente aanpassen van het huidige conceptplan na deze zienswijzeronde om vervolgens de komen met een ‘definitief’ bestemmingsplan, zou blijk geven van onzorgvuldige voorbereiding van de gemeente.

 

 

Hoogachtend

Stichting Leefbaarheid Tull en ‘t Waal

 

 

A. Bosshardt J. Blokhuis D. Schakel

voorzitter secretaris Penningmeester

 

Overhandigen van de zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan Eiland van Schalkwijk.900X506img-mid14079621974580 900X506img-mid14079621985170 900X506img-mid14079622007166

 

AANVULLING   ZIENSWIJZE

 

Stichting Leefbaarheid Tulll en ’t Waal

p/a Strijpweg 11

3999 NW Tull en ‘t Waal

Gemeenteraad van Houten

Postbus 30

3990 DA Houten

Betreft: aanvulling zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan Eiland van Schalkwijk

Tull en ’t Waal, 5 september 2014

Geachte leden van de Raad,

Volgend op de door de Stichting Leefbaarheid Tull en ’t Waal ingediende zienswijze en met inachtneming van de daarna van u ontvangen e-mail van 21 augustus 2014 vult de stichting haar zienswijze aan met het onderstaande.

  1. De Stichting handhaaft haar stelling dat bij het opstellen van het conceptplan in verwijtbare en ernstige mate geen rekening is gehouden met de in een eerder stadium van de procedure door de stichting en door de dorpsbewoner naar voren gebrachte bezwaren tegen de voorgehouden wijziging in het kennelijk door de gemeente gewenste definitieve bestemmingsplan en dat het conceptplan nu wél moet worden aangepast met inachtneming van de in de zienswijzen naar voren gebrachte argumenten, waarna dit weer als een conceptplan ter inzage wordt gelegd door de gemeente. Het door de gemeente aanpassen van het huidige conceptplan na de zienswijzeronde in de zomer van 2014 om vervolgens te komen met een ‘definitief’ bestemmingsplan, zou blijk geven van onzorgvuldige voorbereiding van de gemeente en in strijd zijn met het bepaalde in art. 3:2 en 3:4 lid 1 Awb.
  1. De stichting stelt voorop dat zij niet tegen kleinschalige dagrecreatie in Tull en ’t Waal is. De dagrecreatie die al decennia wordt toegestaan op de recreatiegebieden is een door de bewoners geaccepteerde situatie. Het is verdedigbaar dat met deze kleinschalige dagrecreatie in en rond Tull en ‘t Waal de duurzame ontwikkeling van Tull en ’t Waal voor en door alle dorpsbewoners wordt bevorderd, dat dit bijdraagt aan de vitaliteit van Tull en ’t Waal en dat dit bijdraagt aan de kwaliteit van het landelijk gebied in en rond Tull en ’t Waal. Dit in overeenstemming met het provinciale en regionale beleid, zoals dit is verwoord in het conceptplan, p.10, § 2.3.1.
  1. Met kleinschalige dagrecreatie wordt lokale ondernemers de kans gegeven bij te dragen aan de ontwikkeling van een duurzame lokale economie. De lokale ondernemers kunnen initiatieven ontplooien om inkomen te generen aan de dagrecreanten die Tull en ’t Waal bezoeken, kunnen daarmee werkgelegenheid scheppen voor de (jonge) inwoners van Tull en ’t Waal, zonder dat die initiatieven leiden tot in redelijkheid onaanvaardbare belasting voor de inwoners van Tull en ’t Waal.
  1. De Stichting is tegen het toestaan van evenement op de dagrecreatiegebieden van Tull en ’t Waal.
  1. Als evenement kwalificeert expliciet daarbij ook bijeenkomsten tot 500 personen die geen gebruik maken van versterking van geluid. Ook evenementen van deze aard (< 500 personen) en waarbij geen gebruik wordt gemaakt van geluidversterking hebben in het verleden tot geluidsoverlast geleid. Voorbeelden daarvan zijn bijeenkomsten van groeperingen die met zang en muziekinstrumenten ceremonies uitvoeren en paardenmen-wedstrijden waarbij de hele dag wordt geschreeuwd tegen de paarden om hen te bewegen zo snel mogelijk een specifiek parcours af te leggen.
  1. Evenementen die wel geluidversterking mogen gebruiken, zouden helemaal niet in de dagrecreatiegebieden rondom Tull en ’t Waal gehouden moeten mogen worden. Deze lijden tot een voor de dorpsbewoners in redelijkheid onaanvaardbare geluidsoverlast. Op de dagen waarop die evenementen in het verleden zijn gehouden (Riverdance-festivals) -in strijd met het vigerende bestemmingsplan!- heeft dit tot onaanvaardbare geluidsoverlast geleid. Niet alleen bij de bewoners van de woningen aan de Lekdijk en de Waalseweg, maar ook bij de bewoners van de woningen aan de Kerkebogerd en de Strijpweg. Veel van deze bewoners hebben op de betreffende dagen niet op een normale manier gebruik kunnen maken van hun eigen tuin. Sommige van de bewoners kunnen op de betreffende dagen zelf niet op een normaal gebruikelijke wijze gebruik maken van de binnenruimten van hun woning, daarbij valt vooral te denken aan de bewoners van de Lekdijk en de Waalsweg in de directe nabijheid van ’t Waal Oost.
  1. Door de herrie die een festival als het Riverdance-festival in het verleden heeft veroorzaakt, zijn de bewoners geschaad in hun woongenot. Het behoort niet te worden vergund dat dergelijke evenementen mogen plaatsvinden in of in de nabijheid van Tull en ’t Waal.
  1. Het is in strijd met het voornoemde provinciale en regionale beleid, dat moet resulteren in een duurzame leefomgeving, vitale dorpen en een landelijk gebied met kwaliteit, om festivals in het algemeen toe te staan in het landelijk gebied van Tull en ’t Waal. Festivals waarbij gebruik mag worden gemaakt van versterkte muziek zijn daarbij onvoorwaardelijk in strijd met dit beleid, omdat de verstrekte muziek erg ver draagt en voor het leeuwendeel van de bewoners van Tull en ’t Waal leidt tot een in redelijkheid onaanvaardbare aantasting van hun woongenot en leefomgeving, in vele gevallen buitenshuis en in sommige gevallen ook binnenshuis.
  1. De evenementen als het Riverdance-festival dragen bovendien niet bij aan de aan de (duurzame) ontwikkeling van de lokale economie. De organisatoren van een dergelijke festival komen niet uit Tull en ’t Waal, er zijn geen of althans heel weinig dorpsbewoners die emplooi vinden bij de organisatoren van een dergelijk festival en de honderden zo niet duizenden bezoekers van een dergelijk festival komen overwegend niet uit Tull en ’t Waal. Deze komen overwegend zelfs van buiten de Gemeente Houten.
  1. Met andere woorden: de leefbaarheid van Tull en ’t Waal en de belangen van de dorpsbewoners worden met het toestaan van evenementen op de recreatiegebieden geofferd voor de economische belangen van partijen die niet in het dorp wonen of gevestigd zijn en voor het plezier van mensen die overwegend niet in het dorp of zelfs maar de Gemeente Houten wonen. Als deze evenementen wel worden toegestaan is dat in strijd met het provinciale en regionale beleid.
  1. De Stichting brengt onder uw aandacht dat er een groot gebrek is aan controle en handhaving van het huidige beleid dat geldt voor Tull en ’t Waal. Daarbij gaat het onder andere om het niet controleren van de recreatiegebieden waarop, zoals bekend is bij de gemeente en de politie, geregeld drugstransacties plaatsvinden en het niet controleren en handhaven van maximumsnelheden op de lokale auto/fietswegen en waterwegen. De gemeente zou in een nieuw bestemmingsplan duidelijk moeten aangeven hoe zij een einde maakt aan dit gebrek. De gemeente zou haar verantwoordelijkheid moeten nemen en de belangen van haar ingezetenen moeten beschermen in plaats van de mogelijkheid te creëren die belangen van haar ingezetenen aan te tasten door evenementen op de recreatiegebieden in Tull en ’t Waal toe te staan.
  1. De Stichting brengt ook onder uw aandacht de waarnemingen van vogels op de recreatiegebieden in Tull en ’t Waal van de Vogelwacht Utrecht, afdeling Nieuwegein.

Deze waarnemingen zijn geen volledige inventarisatie:

  • Koolmees, pimpelmees, staartmees , roodborst, heggemus;
  • Groenling, putter, vink , braamsluiper, zwartkop, tjiftjaf, fitis, grasmus, winterkoning , boomkruiper;
  • Grote bonte specht ( broedgeval) , groene specht;
  • Zanglijster , merel , kramsvogel;
  • Meerkoet , wilde eend, waterhoen , kleine karekiet;
  • Buizerd ( broedgeval) , sperwer en havik;
  • Bosuil , ransuil , steenuil,.

Voor een aantal van de genoemde soorten zijn de boomgaarden een belangrijk foerageergebied.

Gezien het voorkomen van al deze vogels in en in de naaste omgeving is een gestandaardiseerde inventarisatie volgens vastgelegde normen ( SOVON) noodzakelijk om een volledig overzicht te krijgen.”

Deze vogels zullen zeker verstoord worden als er evenementen zouden worden gehouden zoals dit binnen het kader van het kennelijk door de gemeente boogde bestemmingsplan mogelijk zou zijn. Een definitief vast te stellen bestemmingsplan zou er in moeten voorzien dat het leefgebied van deze vogels wordt beschermd. Ten onrechte voorziet het huidige conceptplan hierin niet. Het conceptplan dient dienovereenkomstig te worden aangepast.

  1. Voor zover een uiteindelijk vast te stellen bestemmingsplan er in zou voorzien dat op het recreatiegebied evenement zouden mogen worden georganiseerd, waaronder bijeenkomsten van minder dan 500 personen ook vallen, al dan niet met of zonder dat zou kunnen worden vergund dat er op die evenementen gebruik gemaakt zou mogen worden van versterkte muziek, dient er alsdan een planschaderisicoanalyse te worden opgesteld. Uit die planschaderisicoanalyse dient objectief naar voren komt in welke mate de (financiële) belangen van de dorpsbewoners zouden worden aangetast door een dergelijk definitief vast te stellen bestemmingsplan. Om de objectiviteit van een planschaderisicoanalyse te kunnen waarborgen dienen de bewoners bij de totstandkoming daarvan te worden gehoord en dienen zij de mogelijkheid te krijgen om de opstellers daarvan te kunnen wijzen op eventuele onvolkomenheden in het laatste concept van de analyse.
  1. De stichting verneemt graag van u hoe haar zienswijze en haar aanvulling daarop door u wordt behandeld en ziet uit naar uw uitnodiging om te worden gehoord tijdens de vergaderingen die worden belegd om over het ontwerpplan te debatteren.

Hoogachtend

Stichting Leefbaarheid Tull en ‘t Waal

 

A. Bosshardt J. Blokhuis

voorzitter secretaris